Aad Donker, The Gentle Giant

Tot het moment dat ik in het najaar van 1990 in een galerie op de Amsterdamse Bloemgracht Aad Donker ontmoette, dacht ik at de Nederlandse kunstwereld fysiek louter uit smeerkaasjes bestond. In de galerie lazen enkele dichters en schrijvers voor uit eigen werk. Mijn collega's droegen in iedere bewe ging een Baudelairiaanse onthechtheid uit en het in zwart gehulde publiek deed geen moeite zijn chronische verveling te verbergen. Aad en zijn broer Gijs zaten als dollen te schilderen, m de beurt enkele streken neerzettend op hetzelfde canvas.
Aad en Gijs maakten een schilderij van mij terwijl ik voorlas, en met Aad kwam ik daarna in gesprek. Hij had sterke kaken en tanden en een bezeten blik. Hij was een grote vent, hij leek op tarzan. Hoe groter, hoe zachtaardiger. Dat gold ook voor Aad. Ik voelde me direct met hem verbonden. Hij bokste bij Boksvereniging Leiden. Ik woonde nog maar kort in Amsterdam en trainde vier keer in de week, in een poging structuur in mijn leven te brengen, bij boksschool Albert Cuyp, 'De Wieg der Kampioenen'.
Aad bleek enkele jaren daarvóór, net als ik, door Afrika gereisd te hebben. Hij was aanvankelijk naar Johannesburg vertrokken om bij een oom het vak van uitgever te leren, wat hij snel voor gezien hield. Hij was op een tekencursus gegaan. Na een jaar had Gijs Ach bij hem gevoegd. Ze kochten een Kever uit 1958 en trokken daarmee door ZuidAfrika, dat toen nog in apartheid leefde. Eerst zaten ze in Transkei in Coffee Bay aan de Wild Coast, waar het stikt van de haaien. Met potlood en kraaienveren als pen en OostIndische inkt tekenden ze. Ze maakten grote tochten in de bergen en kwamen in afgelegen dorpen waar de kinderen krijsend wegrenden bij de aanblik van blanken.
Na drie maanden reisden ze door naar Namibië. Onderweg sliepen ze onder de auto. In de buurt van Opuwo kwamen ze terecht bij een stam van Ovahimba's, een nomadenvolk verwant aan de Massai. Aad en Gijs tekenden het stamhoofd en schonken hem de tekening. Als dank kregen ze een hut toegewezen. Even later kwam er een jongetje met een witte geit en een tweede jongetje met een groot mes, dat hun plechtig overhandigd werd. De stamleden verzamelden zich rondom hen. Ze moesten, om de vriendschapsgevoelens te onderstrepen, het beest slachten. Aad probeerde het maar kon het niet. Gijs zette het mes op de geitenkeel, maar sneed te voorzichtig, zodat er een klein gat ontstond waar het bloed onder hoge druk uitspoot. Aad en Gijs werden overdekt met bloed. De stamleden lachten meewarig; wel met een auto komen aanrijden, maar nog geen geit kunnen slachten. Een van de Ovahimba's kwam te hulp en keelde het beest adequaat. Toen Aad en Gijs gingen slapen, gebaarde het stamhoofd twee oude besjes naar hun hut, die als levende kruiken tegen hen aan kwamen liggen.

Bij terugkomst in Nederland werden Aad en Gijs op basis van de Afrikaanse tekeningen aangenomen op de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Via Jurriaan van Hall traden ze, samen met hun broer Justus, toe tot de After Nature-groep (die verder bestond uit Bart Domburg, Jurriaan van Hall, Peter Klashorst en Ernst Voss). De groep wilde weer naar de natuur leren schilderen.
Justus; 'Kunst had zich op een of andere manier als een zaadje in ons lichaam genesteld en is gaan groeien en groeien. Met z'n drieën zijn we begiftigd met het kunstvirus en dat is een gelukkige, ongeneeslijke ziekte. Gijs begon als eerste en wij mochten van hem nog twee jaar buiten spelen, maar al gauw hielden we het zelf ook niet meer uit en zijn gaan schilderen en tekenen en met van alles experimenteren.'
Toen Aad in het tweede jaar van de academie zat, kreeg After Nature een subsidie om een tentoonstelling te verzorgen in de
New Yorkse galerie van Daniel Newburg. In december 1991, een jaar nadat ik Aad en Gijs in de galerie op de Bloemgracht ontmoette, vertrokken ze naar New York. Tussen toen en zijn dood, zeven jaar later, kwam ik Aad sporadisch tegen - toevallige ontmoetingen. Eén daarvan herinner ik me helder. Ik was in een besloten kunstenaarssociëteit in Amsterdam. Het was een kleine club, waar iedereen erg luidruchtig en dronken was. Wat het lawaai en de blinde energie van de aanwezigen betreft deed het denken aan een eerstejaarshoek of een plek vlak voor het podium bij een optreden van The Clash. In dronken nieuwsgierigheid opende ik een deur die er uitzag als de toegang tot de voorraadkelder.
Aan de andere kant van de deur was een hoge, donkere ruimte zonder ramen en met een betonnen vloer. Een loods. Midden in de ruimte stond bij het licht van een schemerlamp een mollig naaktmodel. Op een kistje op enkele meters van haar af zat een blonde reus voorovergebogen te schilderen. Het was midden in de nacht. Aad zat volkomen verstild en geconcentreerd te werken. Hij merkte niet eens dat ik binnenkwam. Achter mij woedde een delirische orkaan. Op dat moment wist ik niet dat die orkaan net zo hard en misschien nog wel harder in hem woedde. Half engel, half beest.
In de zomer van 1993 maakte Aad samen met Just en Gijs in de duinen bij Noordwijk een schilderij van mijn geliefde en mij te paard. Het was geweldig hoe die drie elkaar afwisselden; om de beurt vielen ze het doek aan. Dat Gijs en Just samenwerkten was dankzij Aad. Hij bracht zijn broers bij elkaar, zoals hij altijd mensen bij elkaar probeerde te brengen. Bij openingen van tentoonstellingen was Aad altijd de eerste om zowel zijn vader als zijn moeder - die gescheiden waren toen Aad zeven was, wat voor hem nooit te bevatten was geweest - erbij te halen.
Just; 'Aadje had nooit zo geschilderd zonder ons en dat geldt evengoed andersom. Wij met z'n drieën hebben elkaar zo beïnvloed dat je eigenlijk het werk uit de periode 1988 tot en met 1998, van ons drieën of apart, niet los van elkaar kunt zien.'
Lineke Nekkers, Aads moeder; 'Just speelde en zong met Aad, van zachte melodieën tot ruige rock. Bijzonder was de band te voelen tussen die twee, de broederschap. Die broederliefde was er nog steeds. Ze waren als kinderen al onafscheidelijk geweest, deden alles samen, vulden elkaar aan, vielen voor elkaar in, kwamen voor elkaar op.'
In de winter van 1998 ontving ik Aads overlijdensbericht. Zijn vader schreef me later: 'De vraag is: heeft de duivel die volgens hem in hem woonde, hem kapot gemaakt, of heeft hij de duivel in hem kapot willen maken, het resultaat is hetzelfde.' Aad werd op 15 mei 1967 in Denemarken geboren. Hij werd door vroedvrouw madame Gauguin ter wereld geholpen, de kleindochter van de schilder die later Aads grote voorbeeld zou worden. Het reizen naar de tropen en het schilderen naar de natuur was op hèm geïnspireerd. Gauguin en Van Gogh, dat waren de mannen.

Kortgeleden pas heb ik, vooral van Gijs en van Aads vader, uitgever Willem Donker, gehoord wat er in die laatste jaren met Aad gebeurd is.
De tijd in New York was één groot feest. Van de 120.000 subsidieguldens kochten de After Nature-jongens een enorme partij olieverf en canvas en huurden zij modellen in. De deftige galerie Newburg op Broadway 550 was twee maanden lang het atelier van de groep. Het gonsde heel New York door. In de New York Times werden ze betiteld als 'A bunch of crazy Dutch guys'. Al snel werd de galerie een verzamelpunt voor kunstenaars en collectioneurs, een cultplek. Hordes vrouwen dienden zich aan. Het New Yorkse appartement dat hun door de Nederlandse staat ter beschikking was gesteld, werd volledig uitgewoond terwijl de hoeveelheid rauwe olieverfschilderijen in hoog tempo aanwies.
Gijs; 'De galerie op Broadway werd op een dag bezocht door kunstgeschiedenisstudente Amy met een groep jonge meiden. Het bezoek liep uit op een orgie in haar appartement. Aad belandde met Amy in bed. Vanaf dat moment waren Aad en Amy samen.'
Toen de After Nature-groep op het punt 'n vertrek naar Nederland stond nodigde zij hem uit voor het carnaval in New Orleans. Aad bleef. Vier jaar leefde hij met Amy in Manhattan en geleidelijk openbaarde zich haar leven in volle glorie aan hem. Aad kwam terecht in een wereld van invloed en overvloed, die opwindend en intrigerend was, maar die hem ook beangstigde.
Gijs; 'Amy's grootvader, van arme joodse familie, was uit Oost-Europa gevlucht en had uit het niets een van de grootste verzekeringsbedrijven van het land opgebouwd. Ze was de kleindochter van een 'selfmade billionaire'. Via haar familie kwam Aad in contact met het Amerikaanse establishment. Ineens zat hij op het verjaardagsfeestje van Nixon en dineerde hij met Jeff Koons en het Italiaanse pornosterretje Cicciolina. Hij kon daar met niemand over praten; dan belde hij me en zei: "Raad eens naast wie ik nu zit?" Zat 'ie naast Elisabeth Taylor in de huisbioscoop van de familie Warner!'
Willem Donker; 'Je kunt je afvragen of de benen van Aad sterk genoeg waren om de weelde te kunnen dragen.'
Gijs; 'Amy bleek aan de heroïne. Haar maandelijkse toelage van 35.000 dollar was nimmer toereikend, steeds moesten er andere creditcards en bankrekeningen worden aangesproken. Aad probeerde haar er op alle mogelijke manieren vanaf te krijgen, en bij tijden lukte dat ook. Om het goede voorbeeld te geven trainde hij intensief. 's Morgens sporten, 's middags schilderen en 's avonds zijn meisje zien.'
Aad bokste bij Gleasons in Brooklyn, waar ook Raymond Joval en Regilio Tuur trainden. Tuur kende hij al jaren en bij Gleasons raakte hij ook bevriend met de andere boksers. Hij was een van de sparringpartners van Don Diego Poeder. Hij was in zo'n beestachtig goede conditie dat hij bij een bezoek aan Nederland bij een trainingspotje de Nederlandse kampioen zwaargewicht tegen het canvas sloeg - terwijl Aad een halfzwaargewicht was. De gebroeders Donker schilderden verschillende boksers en Aad had in Chicago zelfs contact gelegd met Mohammed Ali om die te portretteren.
Gijs; 'Aad kon voor Amy's familie niet meer stuk nadat hij zijn aanstaande schoonmoeder het leven redde door haar bij een paardrijtrip uit een bergbeek onder een paard vandaan te trekken - anders was ze verzopen. Hij kreeg een American Express Goldcard en daarmee toegang tot onbeperkte financiële middelen. Aan een ruimhartige en vrijgevige jongen als Aad was zo'n klein plastic wonderkaartje goed besteed. Als hij hier kwam haalde hij voor Just en mij de mooiste olieverf en canvassen. Hij liep erbij als een barbaar, maar zodra de kaart te voorschijn kwam, begon iedereen te knipmessen.'
Willem Donker; 'Aad en Amy verloofden zich in 1994 in Amsterdam met een gigantisch feest in de Supperclub. De verlovingsring van Tiffany's kostte een vermogen. Hun huwelijk was gepland op zaterdag 9 september 1995. Vanuit Nederland alleen al zouden er zo'n honderd mensen naar San Francisco overgevlogen worden, waar de genodigden dan een week lang gefêteerd zouden worden. Het programma was tot in de puntjes en van dag tot dag en van uur tot uur geregeld. Kortom, het zou een sprookjeshuwelijk worden.'
Gijs; 'Amy's familie deed nogal moeilijk over het huwelijkscontract. Amy was enig erfgenaam. Haar drie broers waren onterfd omdat ze een complete chaos van hun leven hadden gemaakt. De middelste deed aan "goede werken"; bracht eten naar bejaarden, net als Tafeltje Dekje. Stapte 'ie helemaal stijf van de heroïne in z'n Porsche om bij die oudjes van die voorgekookte dineetjes te brengen.'
Aad vreesde dat hij, als het onverhoopt tot een scheiding mocht komen, zijn eventuele kinderen niet meer te zien zou krijgen. Kinderen met een Amerikaans paspoort mogen het land niet zomaar verlaten. Hij wilde niet als fokstier voor Amy's familie dienen. In het geval van een scheiding wilde hij een bezoekregeling en hij wilde niet om financiële redenen in de positie komen dat hij zijn eventuele kinderen niet zou kunnen zien en helpen opvoeden. In Aads eigen woorden: 'Ik ben een kunstenaar, ik ben afhankelijk van wat ik met mijn schilderijen verdien, als we ooit gaan scheiden, wil ik een huisje en een bescheiden uitkering, zodat ik in de buurt van mijn kinderen kan zijn.'
Willem Donker; 'Aad en Amy gingen omstreeks die tijd naar Hawaï voor een huwelijk van vrienden. Van Hawaï vlogen ze naar New York, vandaar naar Londen en vervolgens door naar Pakistan om een paar weken in de bergen te wandelen en uit te rusten. Het huwelijkscontract dat de familie wilde, leidde ook daar tot stress: in elk hotel waar ze aankwamen lagen de faxen van de advocaat van Aad en die van de familie te wachten.'
Gijs; 'Bij de K2, de op één na hoogste berg in de Himalaya, raakten Aad en Amy ingesneeuwd. Daar aan de voet van de berg groeide er spanning.'
Aad keerde terug naar Nederland. Amy was dé grote liefde, wat niet wegnam dat half juli 1995 een klein gedrukt kaartje rjndgestuurd werd met de tekst: 'Amy and Adriaan Donker regret to inform you that their wedding has been postponed.'
Aad trok, in navolging van Gauguin, naar de tropen, en bleef een half jaar in de jungle van Suriname. Het is niet uitgesloten dat hij daar een eerste zelfmoordpoging ondernam. Hij kwam terug met een grote wond aan zijn rechterpols en een ingewikkeld verhaal over een boomtak waaraan hij hing te zwaaien met een geopend mes in zijn broekzak. Het werk dat hij in de jungle maakte was doordesemd van de dood; zelfportretten met een pistool tegen zijn slaap, een pistool in zijn mond.
Lineke, Aad's moeder; 'Aads laatste jaar is een zwaar jaar geweest. Door zijn toenemende waanideeën en angsten trok hij zich steeds meer in zichzelf terug op zijn atelier. Als hij niet werd begrepen, voelde hij zich in de steek gelaten en eenzaam. En wij stonden vaak machteloos toe te kijken hoe hij in een eigen wereld terechtkwam waarin wij hem niet konden volgen en bereiken.'
In 1997 reisde hij naar Venezuela en naar Spanje. Op 12 augustus schreef hij daar op camping 'De lachende walvis' bij Barcelona in zijn dagboel<: 'Opgestaan om half 11. Een maffe droom gehad. In mijn rug geschoten (vijf kogelgaten). Zwaar het haasje lag ik in mijn eigen bloed te kleven. Totaal verlamd bubbelde ik de laatste woorden uit m'n keel... mazzel. Opeens stond ik aan een bar met een paar vrienden die schouderklopjes gaven.' Op een verder lege pagina noteerde hij in een kolom zeventien keer 'Nee' onder elkaar met helemaal onderaan 'Ja'.
Lineke; 'Gelukkig waren er ook lichtvoetige momenten, momenten van rust, ontspanning en begrip en dan zeiden Aad en ik tegen elkaar dat alles goed zou komen en dan zei hij dat hij zo blij was dat ik in hem bleef geloven. Dan pakte hij zijn gitaar en begon te spelen en te zingen. De woorden verzon hij ter plekke; het ging onveranderlijk over de liefde, het verlies ervan en het verlangen om die liefde terug te vinden, en over eenzaamheid en de hoop op betere tijden. Het ging over Amy en hem.'
Willem Donker; 'Amy was intussen in een merkwaardige Frans-Amerikaanse sekte terecht gekomen. Ze verbleef even in Parijs, waar Aad geprobeerd heeft haar te bezoeken. Vervolgens heeft ze in de Verenigde Staten in de Betty Ford afkickkliniek gezeten, waar Aad op haar verzoek mocht komen voor een zogenaamde 'family week'. Hij is daar door de leiding weggestuurd en kwam volkomen overstuur in Nederland aan.'
Zijn pupillen waren groot en zijn stem monotoon. Hij vertelde dat Amy in verwachting was van een nieuwe vriend en zei erg blij voor haar te zijn. 'De cirkel is rond,' zei hij herhaaldelijk. Hij beweerde erg beroemd te zijn. Wanneer hij een leeg restaurant binnenkwam zat het binnen een kwartier vol. Hij werd beheerst door angsten. Zo verbleef hij in een hotel dat volgens hem bevolkt werd door een leger psychologen die hem brainwashten en vervolgens weer deprogrammeerden. Alle billboards van Los Angeles tot Leiden droegen boodschappen die speciaal voor hem bestemd zouden zijn.
Gijs; 'Hij was bang dat de sekte hem zou achtervolgen omdat hij hun de kip met de gouden eieren had ontnomen. Het ging helemaal niet goed met hem, maar er waren maar weinig mensen die dat zagen. Uiterlijk was hij de succesvolle jongen. De meeste Hollanders denken sowieso dat iedere kunstenaar een halve wous is.'
Dat beeld bevestigde Aad. Mogelijk leed hij aan schizofrenie. Een duidelijke diagnose is nooit gesteld. Zijn vader denkt dat XTC, overmatig blowen, drankgebruik en het jarenlang in het atelier leven tussen de olieverfdampen ertoe hebben bijgedragen om hem uit zijn evenwicht te brengen. Aad zelf wilde niet toegeven dat het slecht met hem ging, daar was hij te trots voor.
Lineke: 'We hadden samen de film "Lagrimas Negras" gezien, over een groepje oude Cubaanse muzikanten, die hem erg ontroerde. "Zo wil ik later leven: schilderen en muziek maken op een warm mooi eiland, met een lieve vrouw," zei hij. "Zullen we daar volgende zomer naar toe gaan?" Ik heb gezegd dat dat goed was, maar dat we dan wel eerst samen de salsa moesten leren dansen. Dat was meteen een goede manier om hem uit zijn isolement te halen en zijn levensvreugde te vergroten. Dat wilde hij wei. We spraken af dat ik elke dinsdag na mijn werk bij hem op het atelier zou eten en dat we daarna naar dansles zouden gaan.'

Drie maanden voor Aads dood kreeg Amy een kind van een jongen die ze had ontmoet in de afkickkliniek. Gijs denkt dat dat voor zijn broer de genadeklap was. Aad kleedde zich òf geheel in het zwart òf geheel in liet wit en zag steeds meer dingen en verbanden die anderen ontgingen. De anderen waren blind. Hij was erg met teksten in de weer en hoorde stemmen. In de laatste weken had hij steeds heftiger angstaanvallen.
Gijs besefte dat het echt mis was toen Aad op een avond bij hem binnenkwam, met Afrikaanse vechtstokken zwaaide en herhaaldelijk zei: 'Ik ben de koning.' Kort daarop zei hij midden in de nacht: 'Ik ga naar papa' en liep naar Leiderdorp, terwijl zijn vader daar al twintig jaar niet meer woont. Het lukte zijn vader hem mee te krijgen naar een psychiater van het Riagg. Daar was Aad beleefd en vriendelijk. Hij kreeg kalmeringstabletten en er werd een vervolgafspraak gemaakt. Buiten gooide Aad de pillen onmiddellijk in de gracht en zei: 'Zie je wel, die willen me ook al vergiftigen.'
Hij trok zich terug in zijn atelier op het Rapenburg. Niemand mocht daar nog komen. Het was geheim wat hij deed. Gijs hoorde hem ijsberen en in zichzelf praten. Hij zei steeds: 'Het is tijd om te sterven. Hahaha!'
Lineke; 'Iedere dinsdag kookte hij voor mij, heel gezond en lekker. Daarna kleedde hij zich leuk aan, rode rock 'n roll-blouse of een handbeschilderde, zwarte broek, schoenen met leren zolen, want dat glijdt beter. Het ging een tijdje goed, hij leefde erdoor op. Aad had, ritmisch ingesteld als hij was, altijd al veel gedanst. Zijn manier van bewegen was krachtig en zeer expressief. Jammer dat dit zo kort heeft mogen duren. Toen meende hij ook in de dansschool leden van de sekte te zien. Hij bleef angstvallig in mijn buurt, hij wilde alleen nog maar met mij dansen. Buitenstaanders vonden dat leuk en aandoenlijk die jongen die alleen met z'n moeder danste, maar ik wist dat hij doodsbang was.'
Het laatste weekend van oktober 1998 ging Aad naar zijn vader. Samen met zijn vader en diens vrouw Jos ging hij naar hun huisje in de Handelse bossen. In de auto zei Aad: 'Pap, er woont een duivel in mij, ik heb veel mensen kwaad gedaan.' Zijn vader verzekerde hem dat dat echt niet zo was, dat juist veel mensen van hem hielden, en hem alles vergaven. Aad sliep die nacht in een groot bed tussen zijn neefjes Fela en Dali.
Willem Donker: 'Toen Jos de volgende ochtend vroeg of hij goed geslapen had zei Aad; "Nee, ik heb alleen gedacht hoe ik er een eind aan kan maken." Het was die zondag Allerheiligen en prachtig weer. Tijdens het ontbijt stonden zijn ogen ineens op oneindig en zei hij: "Je moet erboven staan als ze je in het Leids Dagblad een SS'er noemen." IK antwoordde: "Ja joh, daar moet je boven staan." Dat was eigenlijk de enige rare praat gedurende het hele weekend.'
Tijdens een lange wandeling merkte Aad op dat er structuur in zijn leven ontbrak. Jos stelde voor daar iets aan te doen en op al haar voorstellen ging hij enthousiast in. Voor de zestigste verjaardag van zijn vader zou hij portretten van zijn neefjes schilderen.
Willem Donker: "s middags heeft Aad in de bijbel liggen lezen in het slaapkamertje. "Ik moet een priester spreken," zei hij, maar erg genoeg ben ik daar niet op ingegaan. Toen ik die middag met hem naar de houtopslag liep sloeg hij, zoals hij zo dikwijls deed, zijn arm om mij heen, zijn hand op mijn schouder en zei: "Pap, je mag nooit vergeten dat je mijn grootste vriend bent." En ook zei hij die middag terloops: "Ik wou dat ik mijn benen voor Nobbie* kon achterlaten." Ik hoorde hem wel, maar luisterde niet. Pas toen het te laat was begreep ik de signalen.'
Ook zei Aad nog: 'Pap... zou je het erg vinden als ik er een eind aan zou maken?'
'Dat is het ergste wat ons zou kunnen overkomen,' antwoordde zijn vader. 'Dan doe ik het niet,' zei Aad daarop.
Op de terugweg in de auto zat Aad op de achterbank te zingen tussen Fela en Dali in. Om een uur of acht kwamen ze aan in Rotterdam. Aad droeg één van de slapende kinderen naar bed.
Willem Donker; 'Ik haalde nog wat spulletjes uit de auto en daar stond Aad in de deuropening met een merkwaardig licht in zijn ogen. "Ik ga naar Leiden," zei hij. "Waarom blijf je nou niet hier en ga je morgen pas?" vroeg ik. "Ik heb vanavond nog een afspraak op mijn atelier," antwoordde hij. En ik keek hem na terwijl hij het pleintje afliep, de hoek omsloeg, en zo, zonder dat ik het besefte, voor altijd uit mijn leven verdween.'
In Leiden bracht Aad eerst al zijn kleren naar de moeder van een vriend die zijn rug had gebroken en die precies dezelfde maat had: 'Ik ga een lange reis maken en heb die kleren niet meer nodig.' Daarna ging hij naar zijn atelier, dronk vermoedelijk een halve liter whisky en rookte enkele jointjes, waarna hij, te midden van zijn schilderijen, door zich op te hangen een einde aan zijn leven maakte.

Lineke: 'Ik zou hem die maandag bellen om onze afspraak voor dinsdag nog even te bevestigen. In het weekend heb ik nog naar Handel gebeld, alles leek rustig. Zelf werd ik steeds onrustiger. Maandag voortdurend naar het atelier gebeld, antwoordapparaat. Maandagavond naar het atelier. Angstige stilte. Wel stond zijn gele fiets in de gang. Gebeld naar vrienden, Riagg, ziekenhuis, Willem, Gijs. Absolute paniek en grote angst, eigenlijk al weten: er was iets helemaal mis. Aad hield zich altijd aan zijn afspraak!'
Aads vader reed later die week naar het huisje in Handel om te zoeken naar een teken van afscheid en vond onder het grote bed een tekenblok met een prachtige tekening van de koppen van Fela en Dali, in elkaar vervloeiend. Aads laatste tekening. Ook in het atelier op het Rapenburg liet Aad geen geschreven afscheid achter, maar twee schilderijen: een zelfportret waarop het gezicht een helle zon geworden is, met daaronder het vredesteken en de namen van zijn broers Gijs en Just. En een zelfportret waarop hij zijn tong uitsteekt. Deze schilderijen waren, toen hij gevonden werd, nat van de verf en stonden zo opgesteld dat ze wel een groet ten afscheid moesten zijn.
Aad geloofde niet dat het leven afgelopen was met de dood. Hij was de vredestichter en de schrijver van de familie. Willem Donker: 'Hij is altijd een heel aardige, attente, zachte, lieve en vrijgevige jongen geweest, maar hij kon ook een rauwdouwer zijn.' Doordat Aad als kind stotterde, had hij al vroeg geleerd zijn vuisten te gebruiken; hij was bokser en dichter in één. Hij was aan het schaduwboksen met spoken en geesten. Het was een strijd - ieder schilderij een gevecht. Hij had een enorme wilskracht en was goudeerlijk. Hij was helemaal gek met kinderen. Hij wilde graag op een boerderij wonen, met veel kinderen om zich heen. Hij was heel sterk en heel lief. Aad was, zoals Ernst Voss hem noemde: 'The Gentle Giant.'

Jaap Scholten


*) Norbert, de gehandicapte zoon van Jos en de geadopteerde zoon van Willem.