Aad Donkers geschilderde autobiografie

(Alle citaten zijn van Aad Donker en zijn afkomstig uit diverse geschreven en getypte teksten, aantekeningenboekjes, schriften e.d.; alle in bezit van de Stichting Aad Donker.)

Begin november 1998 werden op het atelier van schilder Aad Donker aan het Leidse Rapenburg twee nog natte doeken aangetroffen, waarvan één zelfportret. Dit schilderij, het eigen gezicht als laatste groet, kan achteraf gezien worden als een heel symbolisch afscheidsbericht, want bij Aad Donker ging een zoektocht naar zichzelf hand in hand met zijn ontdekkingen op het schildersvlak. Meer nog misschien dan bij andere schilders valt zijn werk niet los te zien van zijn - turbulente wonderlijke en soms verontrustende levensstijl. Dit alles werd duidelijk na die eerste dag in november dat hij uit het leven stapte en een imposant oeuvre achterliet, waaronder veel zelfportretten. De buitenwereld kent Aad Donker tot nu toe vooral van zijn deelname aan het kunstenaarscollectief After Nature en de gezamenlijke optredens en schildersessies met zijn broers Gijs en Just. Minder bekend zijn de individueel gemaakte schilderijen, modelstudies, landschappen, geschilderde reisverhalen en talloze zelfportretten, in vele sferen en stijlen die vanaf liet begin van zijn professionele carrière tot het eind van zijn leven een belangrijk thema vormden. Uit de inventarisatie die wij het afgelopen jaar maakten, na het zien van honderden schilderijen, het lezen van diverse teksten die Aad schreef en het doornemen van zijn schets- en aantekeningenboekjes ontstond een niet-eenduidig maar fascinerend beeld van deze schilder. Hij was een mens met vele passies: schilderen en tekenen, muziek, reizen, performances met zijn broers, boksen en cle liefde. Iemand wiens leven en werk lezen als de volwassenenversie van een jongensboek, maar dan zonder happy end. Ook was hij iemancl voor wie het schilderen een lofzang op het bestaan was en iemand die telkens weer probeerde het waarneembare te begrijpen, tot hij zelf de grip op zijn leven verloor.

Leven en werk zijn moeilijk los van elkaar te beschouwen. Aad Donker schilderde wat hij beleefde, wat hij om zich heen zag, hoe hij zich voelde. Met name in de laatste jaren legde lij zich toe op zelfportretten. After Nature was gestorven, Aad leefde steeds meer geïsoleerd en voegde aan veel werken impulsieve teksten toe. De zelfportretten waarop hij de toeschouwer altijd recht in het gezicht kijkt confronteren ons met een breed scala aan stemmingen koel, naturel, lieflijk, vervaarlijk, verlegen, duister, opgewekt, opgaand in het landschap, flirtend met de dood, vechtend met zijn even beeld, ondergedompeld in een stadstafereel, verborgen achter een palet, in hallucinerende cirkels opgenomen, als karikatuur van zichzelf, poserend als Van Gogh of Rembrandt, als rasta, schemerig als een Francis Bacon, als satan, dolverliefd en uitgelaten of somber in zichzelf gekeerd.

Zelfportretten zijn pogingen om de tijd vast te leggen, om de ouderdom tegen te gaan. Een zelfportret is het hoogste wat een kunstenaar kan bereiken, omdat hij de macht heeft om zichzelf uit te beelden zoals hij zichzelf ziet.

Aad Donker werd op 15 mei 1967 in Virum, Denemarken, ter wereld gebracht door verloskundige mademoiselle Gaugin, een kleindochter van Paul Gaugin, de schilder die hater voor hem een belangrijke inspiratiebron werd. Evenals zijn oudere broers Gijs (1964) en Just (1966) tekende hij al van jongs af
aan. Ook startte hij vroeg met boksen, wat voor hem altijd een manier zou blijven om opgekropte energie te ontladen en misschien ook mogelijke frustraties over onder meer zijn onmacht bij de scheiding van zijn ouders te lijf te gaan, zoals hij zelf suggereerde. Met het exotische dat Aad later zo zou trekken maakte hij kennis doordat zijn vader van Afrikaanse reizen fascinerende afbeeldingen meenam van wilde dieren. Deze dieren zou hij in het echt zien toen hij eind jaren '80 naar Zuid-Afrika vertrok om voor vier maanden bij zijn oom Adriaan Donker voor uitgever te leren. Voor die professie bleek Aad niet in de wieg gelegd. Hij was inmiddels toegelaten op de kunstacademie in Johannesburg, waar hij les kreeg van Bill Ainsley, een jeugdvriend van Nelson Mandela die hem in 1987 een eerste tentoonstelling bezorgde. Via hem kwamen Aad en Gijs, die inmiddels ook was overgekomen, in contact met de zwarte bevolking en toerden al tekenend door Zuid Afrika, en reisden naar Opuwo, vlakbij Angola. In Afrika ontstond zijn breed georienteerde fascinatie voor andere culturen, vooral de kleine groepen aan de rand van de samenleving, die, in zijn woorden, "vaak niet geaccepteerd werden en gedoemd waren te verdwijnen". De cultuur en levensstijl in deze gebieden zag hij voor zijn ogen verdwijnen en die identificatie met een nog rauw en onbevangen menselijk omgaan met de natuur zou een rode draad worden in zijn werk.

Door ze te schilderen kunnen we een kleine cultuur, die met uitsterven bedreigd wordt, voor de toekomst bewaren. En juist de dagelijkse dingen, de kleine dingen zoals het doen van de was of de manier waarop men zich kleedt, zijn belangrijk om vast te leggen, want als een cultuur eenmaal verdwenen is dan blijven alleen herinneringen aan de belangrijke cultuurschatten bestaan.

Alle schetsen van de Afrikaanse reis werden naar huis gestuurd. Hun moeder Lineke Donker liet ze zien aan de Koninklijke Academie in Den Haag en op basis hiervan werden de broers als student aangenomen. Later volgde Just. Het werden twee jaar van tekenen en schilderen, maar de drie broers bleken eigenzinnig genoeg om problemen met de docenten te krijgen en verlieten de Academie voortijdig.

After Nature
Inmiddels waren Aad, Gijs en Just Donker opgenomen in een nieuw kunstenaarsinitiatief, After Nature,
en namen deel aan tentoonstellingen en performances van deze groep.
After Nature ontstond in 1989 uit onvrede met het dominerende conceptuele kunstklimaat en uit aversie tegen vergezochte kunsttheorieën. Het concept was simpel en krachtig: ga uit van wat je ziet. Een kenmerk van de After Nature schilderkunst was dat het zowel de museumdirecteur als zijn suppoost aansprak. Zoals Aad in een interview zei: "Wij schilderen zowel voor de verzamelaar als onze oom Gijs en tante Aagje." Peter Klashorst was oprichter van After Nature. Hij richtte in navolging van de Neue Wilden, een realistische tendens in Duitsland, eerst met Jurriaan van Hall de groep Nieuwe Wilden op. Later voegde Bart Domburg zich bij hen en werd de groep omgedoopt tot After Nature. De gebroeders Donker werden door Van Hall geïntroduceerd en later sloot Ernst Voss zich aan. in 1990 hield de groep de eerste tentoonstelling met de Donkerleden, in de Seasons Galerie in Den Haag. Hoewel het merendeel van de eden van After Nature uit Amsterdam kwam, namen de drie Leidse broers een belangrijke plaats in het gezelschap in. Hierdoor en dankzij hun grote liefde voor de stad
waar zij alledrie woonden - hebben zij Leiden in die tijd nationaal en internationaal op de beeldende kunstkaart gezet. De groep werd bestempeld als de Nieuwe Romantici, maar de leden wilden niet zozeer teruggrijpen naar een andere tijd. Het ging lien meer om het idee vrijheid te veroveren, zich los te wringen van de heersende mores binnen de kunstwereld. Zij besloten te gaan schilderen zoals dat honderd jaar geleden gewoon was: achter de schildersezel, in de natuur, penseel in de hand, op zoek naar de waarheid: schilderen als pure toewijding aan liet leven. Ze vergeleken zich niet zeventiende-eeuwse kunstenaars als Rembrandt, maar ook met de impressionisten die de natuur introkken en niet Romantici uit de achttiende eeuw voor wie artistieke en romantische waarheden als irrationaliteit, melancholie, eenzaamheid, schoonheid en natuurlijkheid hoog in liet vaandel stonden. Hun onderwerpen varieerden van landschappen, stillevens en modelstudies tot (zelf)portretten.

Deze manier van werken heeft iets romantisch. Dat is het idee dat je met schilderen de toestand in de wereld zou kunnen verbeteren. Natuurlijk snappen wij dat dat moeilijk is. Maar we zijn ook kinderen van onze tijd. e schilderen figuratief, de loodgieter moet onze schilderijen zien en kunnen waarderen zonder uitleg. Daarnaast is onze werkwijze van deze tijd. Om het publiek op zo'n direct mogelijke wijze te confronteren met kunst schilderen wij live. Deze performances hebben tegelijkertijd een ander doel. Niet alleen worden de toeschouwers direct geconfronteerd met het werk, maar omdat zij het ontstaan kunnen volgen wordt het 'aura', het heilige ontzag voor de kunst iets minder groot. Zo passen wij in de traditie van de figuratieve schilderkunst van Rembrandt, van Van Gogh en de Haagse School, maar ook in de traditie van de performancekunst en de pop art.

After Nature schuwde media-aandacht niet. Op veel kunstbeurzen waren ze aanwezig om het publiek te portretteren en te vermaken, en dag- en weekbladen stonden vol met spraakmakende interviews. Er was in Nederland veel kritiek op hun acties en manier van schilderen, maar de leden konden her en der ook op sympathie rekenen. Paul Steenhuis schreef in het NRC-Handelsblad van 31 januari 1992 over Raiders of the Lost Arc, de (enige) After Nature-uitgave die speciaal voor de tentoonstelling in New York werd gemaakt: "De baldadige 'wij schilderen door ondanks alle kritiek'-houding van de groep is innemend. En levert soms mooie schilderijen op."

In 1992 werd de groep uitgenodigd voor een groot New York-avontuur. Galerie Daniel Newburg stelde maandenlang een ruimte beschikbaar voor de performances en schilderijen van de groep. De reis werd gesubsidieerd vanuit Nederland. De jonge wilden van After Nature bleken een succesnummer in de Big Apple. Hun performances groeiden uit tot hippe feesten. Succesvol en vol vertrouwen in de toekomst keerde de groep terug naar Nederland. Het einde van After Nature volgde echter snel daarna, eind 1992, door problemen op persoonlijk en artistiek vlak. Maar de Donkers hielden vast aan het concept: "Niet after nature", schreef Aad, "maar in nature. We zijn er niet voor after maar in". Dat Aad het idee achter After Nature nooit heeft opgegeven heeft vermoedelijk te maken met wat zijn 'romantische inborst' genoemd moet worden. De 'sturm und drang'-houding van het ter plekke willen scheppen, je ziel in verf uitdrukken. En bijna in tegenstelling tot enkele andere leden van After Nature leek het de gebroeders Donker minder om een antihouding te gaan, zij schilderden op deze wijze vanuit een positief uitgangspunt: al op de Haagse Academie trokken zij er met ezel en penseel op uit en zowel Gijs als Aad had geen verleden in de meer abstracte of conceptuele kunst, maar richtte zich van jongs af aan al op een figuratieve verbeelding van de werkelijkheid. Het idee dat schilderen een gemeenschappelijke performance kan zijn, heeft Aad altijd erg aangetrokken. De samenwerking met zijn broers speelde dan ook een belangrijke rol in dit gemeenschappelijke scheppingsproces:

Together we melt in each others paintwork and after a battle with paint and the sensation of the moment sometimes not knowing what we are doing the painting comes into being. To create images which are a concentration of reality. To remake the reality by painting. I think that is our aim, to make people aware that real life painting is a dangerous approache but as a result more vibrant.

Natuurlijk overlappen de gezamenlijke schilderijen gedeeltelijk ons eigen werk, zowel in schilderstechnische zin, als ook in onderwerpskeuze. Het gezamenlijke werk is een apart gedeelte van ons oeuvre, maar het is wel een wezenlijk deel.

Aads schilderijen uit de After Natureperiode zijn vlot en grof geschilderde naakten, rustieke landschapjes, stillevens of atelierinterieurs. Wat in tegenstelling tot later werk vooral opvalt is het sober en ingetogen kleurgebruik, met veel bruin- en groentinten.

Toen de leden van After Nature terugkeerden naar Nederland, bleef Aad aan de Oostkust achter. De New Yorkse roes was voor hem nog lang niet voorbij; sterker, hij had een nieuwe impuls gekregen door de liefde. In de galerie had hij een kunstgeschiedenisstudente ontmoet met wie hij een relatie begon die zijn leven dramatisch zou veranderen. Vier jaar woonde hij met haar samen in Manhattan en in die tijd leefde Aad in de wereld van bij tijden onwerkelijk, maar ook beangstigend rijken. De kunstminnende familie van zijn vriendin behoorde tot de geprivilegieerde klasse die door haar vermogen in nauw contact stond met de politieke en gearriveerde artistieke elite. Richard Nixon, Jeff Koons, en andere Amerikaanse celebrities bleken plots met Aad aan een tafel te kunnen zitten. De glamour bleek ook een keerzijde te hebben. Zijn vriendin, en ook Aad zelf, bleken de letterlijk onbegrensde mogelijkheden van dit leven maar moeilijk aan te kunnen. De twee hadden serieuze trouwplannen, maar na een ruzie in Nepal bleek hun relatie niet langer houdbaar. Of het de druk van de schoonfamilie was, of de gevolgen van drugsgebruik, dan wel een combinatie, is niet meer te achterhalen, maar feit is dat Aad door deze breuk volkomen van slag was en nooit meer zijn innerlijke balans wist te herwinnen. Een reis door Suriname en nieuwe verliefdheden brachten geen soelaas en Aad vluchtte in zijn werk.

De laatste jaren waren zwaar. Hij leefde geïsoleerd, opgesloten in zijn Leidse atelier waar hij overgeleverd was aan toenemende waanideeën en angsten. Zijn groeiende wantrouwen maakte de omgang met hem zeer moeilijk, maar uit zijn aantekeningen in diverse schriftjes wordt duidelijk hoe hij grip op het leven probeerde te krijgen. Pagina's schreef hij vol met goede voornemens, hij legde de beelden en emoties vast die hem in hun greep hadden, hij noteerde vrolijke versjes, indringende hartenkreten, sprak zichzelf vermanend toe, maakte aquarellen naar Picasso, verzamelde foto's. Dit manische gevecht liep ten einde op 1 november 1998.
In zekere zin vormt het werk van Aad Donker een geschilderde autobiografie. Zijn zelfportretten illustreren dat het duidelijkst, omdat daarop alles te volgen is: Aad met Marokkaanse hoofddeksels, Aad in zichzelf gekeerd achter een ezel, Aad met een razend New York op de achtergrond, Aad naakt in een exotisch oord, Aad in bokshouding met blauw oog, Aad vechtend met zijn evenbeeld, Aad stoned, Aads portret als foto opgenomen in een stilleven, Aad masturberend - een staalkaart van de manieren waarop de schilder zichzelf zag en wilde zien. Waar de zelfportretten voor de hand liggend materiaal voor een biografie vormen, geeft ook het overige werk blijk van Aads zoektochten. Hoe ver een object of oord op een schilderij ook van Leiden af mocht liggen of hoe exotisch het ook mocht zijn, de onderwerpen lagen in feite altijd onder handbereik.

De dingen die ik vastleg op mijn schilderijen zijn de dagelijkse dingen uit mijn directe omgeving. In de eerste plaats schilder ik deze dingen omdat ze makkelijk beschikbaar zijn. In de tweede plaats wil ik de schoonheid die ik in de dagelijkse dingen beleef proberen vast te leggen. Juist datgene wat mij ontroert wil ik proberen over te brengen op de beschouwer. Tegelijkertijd hebben veel van mijn schilderijen het vastleggen van de tijd als onderwerp, een soort gevecht tegen het verstrijken van de tijd, wat eigenlijk een gevecht tegen de dood is, gebruik ik op ongeveer dezelfde manier als in de 17e eeuw. Eigenlijk geldt hetzelfde voor het vastleggen van andere culturen, zoals die van de zigeuners, mensen in een asielzoekerscentrum, de indrukken van onze reis in Afrika en de indianen in het Amazonegebied.

Aads fascinatie voor andere culturen, zijn reislust en behoefte aan avontuur bracht hem naar onder meer Suriname, Thailand, Marokko, Venezuela, Spanje en Afrika, waar hij altijd er een punt van maakte tussen en met de lokale bevolking te leven. Dit romantisch verlangen lijkt allicht een navolging van schilders als Gauguin, maar net als zijn zelfportretten zijn de landschappen en portretten een poging om een ideaal van schoonheid en waarheid te vinden dat hij ook in zijn aantekeningenboekjes najoeg. Dit ideaal kon heel goed buiten geïdealiseerde settings gevonden worden: autosloperijen, Nederlandse zigeuners en asielzoekers.

Ik werk in de figuratieve traditie, maar dat wil niet zeggen dat ik in het verleden leef. Juist in mijn leefomgeving zie ik voorwerpen uit deze tijd. Vanitassymbolen zijn ook bij mij terug te vinden. Zo is een schedel een terugkerend motief in mij werk. Maar er zijn ook meer eigentijdse symbolen. Zo heb ik een aantal schilderijen gemaakt waarop autowrakken te zien zijn. En een autokerkhof laat natuurlijk ook de vergankelijkheid van het leven zien, de nutteloosheid van het vergaren van aards bezit, en het gevaar van een ongebreidelde consumptiemaatschappij.

De autobiografie van zijn schilderwerk blijkt ook uit zijn technische ontwikkeling. Aad was de meest realistische schilder van de drie gebroeders Donker. Hij begon als schilder van de grote beweging, met weinig oog voor details, alleen de essentie werd in grote penseelstreken gevangen. Later werden ingetogen en minutieus geschilderde uitschieters afgewisseld met woest expressionisme, een afwisseling die prachtig tot uitdrukking komt in een serie zelfportretten op ansichtkaartformaat. Aan het eind van zijn leven werd zijn werk steeds surrealistischer, al waren deze schilderijen wel degelijk
uitingen van wat hij meemaakte of dacht mee te maken. Een van de laatste doeken is een reusachtig geschilderde 'collage' waarin al zijn thema's bijeen komen (zie p. 48/49): inspiratiebronnen als Hollandse meesters, bokshelden, vrouwen, exotische oorden, seks, angstvisioenen, en tenslotte Aad zelf, van achteren gezien, die vertwijfeld naar zijn hoofd grijpt. De verwarring in zijn hoofd werd zichtbaar gemaakt op het canvas en is daarmee eigenlijk ook een zelfportret. Misschien zou je hier kunnen spreken van een pièce de resistance, de culminatie van het oude academisch schildersideaal dat na het oefenen op alle losse delen de som van al die oefening volgt: het etaleren van al je kunnen. Die chaos op dit totaalwerk en andere schilderijen uit die laatste periode lijkt de verbeelding te zijn van een citaat van de filosoof Wittgenstein dat Aad ooit optekende:

De opvatting dat de natuur chaotisch is en dat de kunstenaar daarin orde schept, is een absurd gezichtspunt. Het beste wat we kunnen bereiken is dat we enige orde in onszelf scheppen.


De tragiek van Aad Donker is geweest dat hij aan deze behoefte uiteindelijk niet heeft kunnen voldoen, al is zijn gift aan ons dat zijn levenslange zoektocht naar balans met name een indrukwekkende serie zelfbeelden heeft opgeleverd. Aad is weg, maar we kunnen hem in zijn werk altijd zien en horen. Aad communiceert nog steeds.

Nicole Roepers